Als je Googelt op afbeeldingen met als zoekterm ‘Belgische mutsen’ dan krijg je een afbeelding van een drietal ‘dames’ die wel een erg sterke gelijkenis vertonen met K3. Frappant hè.

Belgische mutsen
Vanavond weer een poging om de ontbrekende Ka te vinden. Nou, ze zullen uiteindelijk best een goeie imitatie Ka vinden, maar ze moeten zich bij Studio 100 eens bedenken dat de betovering die 10 jaar geleden begon en ‘K3’ heette nu over is.

Nu is Ka Kathleen vertrokken, Ka min één dus eigenlijk, Ka Karen zwanger, Ka anderhalf dus eigenlijk, en doet Ka Kristel nog krampachtige pogingen om niet te veel op een bejaarde Pippi Langkous te lijken.

Je kan het zien aan de ‘serieuze’ kandidaten dat als je een maand je best doet om zo goed mogelijk te lijken op een originele Ka je automatisch voldoende verkindst om het argeloze kijkcijfervee er in te laten tuinen.
Heren Samson en Gert, luistert.
Toen het nog K2+1 was omdat Marissa de R nog niet kon uitspreken, toen was het nog leuk, toen was er, naast de overduidelijk commerciële component – je gunde zo’n kind naast een CD ook een kleurboek van K3 – nog sprake van creatieviteit. Nu proberen jullie het leven van een clubje overjarige tieners met klapperende eierstokken alleen maar te rekken ten koste van onder andere ons aller zaterdagavond. Mark my words, het wordt nooit meer wat het was!
Elk commercieel bedrijf heeft een periode van opkomst, een periode van bloei en een tijd van verval, dat hou je niet tegen, nergens mee, dat zie je aan K2R, ook zo’n verdwenen Ka-bestseller.





Stelt u zich een gezin voor met 2 mannen en 2 vrouwen, die, om het voorbeeld simpel te houden, allemaal op een zekere dag 1 maal een ‘grote’ en 2 maal een ‘kleine’ doen. Dan zijn dat totaal 8 zittende verrichtingen en 4 staande verrichtingen. Indien de bril bij elke staande verrichting eerst omhoog en erna terug neergeklapt zou worden, worden er die dag 8 klapbewegingen gedaan, 4 x omhoog en 4 x naar beneden. De kans echter dat er na een staande verrichting meteen weer een staande zal plaatsvinden is één op drie, omdat dat de verhouding is tussen de staande en de zittende verrichtingen.